Als energiedeskundige krijg ik vaak de vraag welke maatregelen de grootste impact hebben op het EPC. Om dat te tonen, simuleerde ik verschillende ingrepen afzonderlijk, en daarna allemaal samen.
De woning
Een alleenstaande woning uit 1993 met een totale vloeroppervlakte van 110 m². Er is nergens isolatie bewezen. De woning wordt elektrisch verwarmd en heeft een elektrische boiler. De ramen hebben dubbel glas in houten profielen. Er zijn geen zonnepanelen en er is geen ventilatiesysteem.
Startwaarde: 570 kWh/m² per jaar, label F.
1. Bestaande isolatie bewijzen
Soms is er isolatie, maar ontbreekt het bewijs. Met een kleine boring vond ik 95 mm EPS in het dak, 65 mm PUR in de muren en 65 mm isolerende mortel in de vloer. Resultaat: 462, label E. Een interessante eerste stap, en goedkoper dan nieuwe isolatie plaatsen.
2. Dakisolatie bijplaatsen
150 mm PUR volgens de huidige EPB-normen (U-waarde 0,24). Resultaat: 498, label E. Dat toont hoeveel het bewijzen van bestaande isolatie kan opleveren.
3. Warmtepomp
De elektrische verwarming vervangen door een lucht-luchtwarmtepomp (een airco die ook verwarmt). Resultaat: 165, label B. Verreweg de grootste sprong van alle maatregelen afzonderlijk.
4. Warmtepompboiler
De elektrische boiler vervangen door een warmtepompboiler van 200 liter. Resultaat: 544, label F. Nuttig, maar op zichzelf beperkt.
5. Zonnepanelen
- 8 panelen van 440 Wp (3,5 kWp): 513, label F
- 16 panelen van 440 Wp (7 kWp): 456, label E, meer dan 100 punten beter
6. Ramen en deuren vervangen
Nieuw dubbel glas met PVC-profielen volgens de EPB-normen. Resultaat: 543, label F. Bij dit startpunt niet spectaculair.
Alles samen
Met alle maatregelen gecombineerd: −20, label A+. Van F naar A+. De ingrepen versterken elkaar. Welke volgorde voor jouw woning het meeste oplevert, toont een EPC-simulatie.